BTW short-stay verhuur blijft mogelijk!
Door Ewoud Pranger, Independent Tax Partners & Advisors
Na meerdere positieve uitspraken van lagere rechters (Rechtbanken) inzake de btw-problematiek en ‘short-stay verhuur’, oordeelt nu ook Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 1 juli 2025 gunstig inzake het toepassen van deze ‘verhuurvariant’.
Een eigenaar/verhuurder werd in eerste aanleg door de rechtbank Gelderland in het gelijk gesteld. De Belastingdienst ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. In de zeer recente uitspraak heeft ook het Gerechtshof bevestigd dat de eigenaar met de verhuur in concurrentie trad met hotelbedrijven en dat bij een verblijf van 3 of 5 maanden sprake is van verblijf van een korte periode. De Belastingdienst heeft veel teruggaafverzoeken afgewezen verwijzend naar ‘lopende procedures’. Het is te hopen dat de Belastingdienst zijn standpunt nu wijzigt. Ondanks de aanscherping van de regelgeving inzake ‘short-stay-verhuur’ m.i.v. 1 januari 2026, is deze wijze van verhuur dus nog steeds mogelijk!
Het aardige van de uitspraak van het Hof is dat korte metten wordt gemaakt met veel tegenwerpingen die de Belastingdienst pleegt te maken:
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat 1) de kortdurende verhuur van gemeubileerde appartementen in concurrentie treedt met hotelbedrijven, waardoor de short stay-uitzondering van toepassing is. X BV heeft terecht BTW op de verbouwingskosten in aftrek heeft gebracht. 2) De gemeubileerde appartementen zijn toegerust om daarin kort te verblijven 3) zonder dat de tijdelijke bewoner is belast met de zorg voor de inventaris. Een verblijf van 4) drie tot vijf maanden voldoet aan de eis dat slechts voor een korte periode verblijf wordt gehouden. 5) Hierbij is niet van belang of de huurder het centrum van het maatschappelijk leven tijdelijk heeft verplaatst naar het gehuurde appartement. 6) Niet van belang was dat een deel van de huurders zich inschreven in de BRP en 7) met welke intentie de huurders in het gehuurde appartement verbleven. 8) Dat na de eerste verhuur contracten werden aangeboden met een langere looptijd dan 6 maanden was ook niet van belang.