Arnhems coalitieakkoord 2026-2030
De coalitie-onderhandelingen van 2026 hebben geleid tot het coalitieakkoord 2026-2030 en is opgesteld door PRO Arnhem, D66, Arnhem Centraal, Partij voor de Dieren en CDA. De ambitie is om tussen 2026 en 2030 jaarlijks 800 tot 1.000 woningen te bouwen, waarvan bij nieuwe projecten 70% betaalbaar (sociale huur, middenhuur, minimaal 20% betaalbare koop) moet zijn. Het aandeel sociale corporatiehuur (van alle woningen in de stad) groeit weer naar minimaal 35%. De gemeente kiest daarbij voor meer regie via actief grondbeleid, investeringen en strengere eisen aan ontwikkelaars. Nieuwe woningen worden hoofdzakelijk door inbreiding binnen de bestaande stad toegevoegd. De groene randen van Arnhem moeten intact blijven. Bouwen in natuurgebieden, parken en ander bestemd groen is in beginsel uitgesloten.
In achttien wijken moet nieuwbouw voor minimaal 50% uit koopwoningen bestaan. In zes wijken met weinig sociale huur — waaronder Schaarsbergen, Burgemeesterswijk/Hoogkamp en Alteveer/Cranevelt — wordt juist minimaal 60% sociale huur geëist.
Daarnaast wil de gemeente minder afhankelijk zijn van traditionele nieuwbouw. Daarom worden splitsen, optoppen, woningdelen, verkamering en collectieve woonvormen gestimuleerd. Bij woningsplitsing vervallen de eisen voor een eigen buitenruimte en parkeren, wel worden er extra eisen gesteld tav de leefomgeving.
De nadruk ligt op:
- versnelling van grote gebiedsontwikkelingen, vooral Rijnpark en de Spoorzone Arnhem-Oost;
- meer sociale huur, betaalbare koop en studentenwoningen (200 extra studentenwoningen);
- beter benutten van bestaand vastgoed via splitsen, optoppen, woningdelen en flexwoningen;
- bescherming van huurders en strengere aanpak van slecht verhuurderschap;
- bouwen binnen de bestaande stad, gecombineerd met groen, klimaatadaptatie en voorzieningen;
- aanpak van leegstaand bedrijfs- en maatschappelijk vastgoed, onder meer via een leegstandsheffing.
De meeste woningbouw wordt voorzien in de Spoorzone Arnhem-Oost, met Rijnpark als grootste project. Verder krijgen onder andere prioriteit:
• Schaapsdrift: snel duidelijkheid geven aan bewoners en bedrijven en overgaan tot uitvoering;
• De Drieslag en Presikhaaf: planvorming naar voren halen en woningbouw versnellen;
• De Drieslag: ontwikkelen tot wijkhart voor wonen, werken en ontmoeten;
• Geitenkamp: uitvoering van het burgerinitiatief, inclusief beperkte verkoop van sociale huur en later toevoeging van middenhuur.
Voor ontwikkelaars en vastgoedeigenaren betekent het akkoord vooral meer gemeentelijke regie en meer voorwaarden. De eisen voor betaalbaarheid, kostenverhaal, groen en wijkgerichte programmering kunnen de residuele grondwaarde en ontwikkelmarges onder druk zetten.
Tegelijk ontstaan kansen door soepelere regels voor splitsing, optopping, transformatie, flexwonen en hergebruik van leegstaand vastgoed.
De grootste onzekerheid is de uitvoerbaarheid. De doelstellingen botsen mogelijk met netcongestie, stikstof, bouwkosten, betaalbaarheidseisen en beperkte gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Het akkoord benoemt veel instrumenten, maar bevat nog niet voor elk onderdeel concrete locaties, tijdschema’s of juridisch uitgewerkte regels.
